Houdt overlijdensrisico in eigen hand

Iedereen die een woning koopt krijgt ermee te maken. De hypotheekverstrekker verlangt als dekking van een deel van de schuld een overlijdensrisicoverzekering (OVR). Vaak koppelt de geldverstrekker zo’n OVR aan een ander in de financiering meegenomen product, zoals een spaarverzekering. Dat lijkt gemakkelijk, maar je kunt net zo goed de OVR los van de hypotheekconstructie afsluiten.

Een belangrijke reden om zelf regie te houden is dat je een ‘losse’ overlijdensrisicoverzekering bij een eventuele volgende financiering als dekking kunt inzetten. Vooral voor starters op de woningmarkt is dat interessant. Want als die bijvoorbeeld na een jaar of zeven naar een volgende woning – en bijbehorende hypotheek – op zoek gaan, dan zal de bank om een overlijdensrisicodekking vragen. Met een eigen, eerder afgesloten OVR kom je dan vaak al een heel eind. In de regel hoeft er slechts bijverzekerd te worden.

De aan andere financieringsproducten gekoppelde verzekeringen zijn vaak van het type ‘annuïtair dalend’. Bij een dergelijke OVR neemt de dekking af, naarmate de waarde van het andere product (bijv. de spaarrekening) in waarde toeneemt. Het laat zich raden dat zo’n overlijdensrisicoverzekering minder geschikt is om een aantal jaren later in te zetten in een nieuwe hypotheekconstructie. Een ‘losse’ OVR met een gelijkblijvende dekking is dat wel .

Een andere reden voor het afsluiten van een OVR is zogeheten ‘estate planning’. Bij een overlijden gaat niet alleen het huis, maar ook de hypothecaire schuld over naar de nabestaande(n). Dat kan problemen opleveren. Overlijdt een partner dan valt er vaak ook een substantieel deel van het gezamenlijk inkomen weg waaruit de hypotheek werd betaald. Lastig, bij maandelijks terugkerende woonlasten.

Een overlijdensrisicoverzekering kan in zo’n geval haar nut bewijzen. Als de OVR tot uitkering komt, dan kan de langstlevende partner het geld gebruiken om een deel van de lening af te lossen. Lagere maandlasten zijn het gevolg en de langstlevende kan gewoon in de woning blijven wonen.

Zowel een ‘annuïtair dalende’ OVR als de verzekering met gelijkblijvende dekking zijn voor deze situatie geschikt. Maar het voordeel van de laatste variant is dat de langstlevende nog wat centjes voor zichzelf kan overhouden, wat goed past in de gedachte om de langstlevende verzorgd achter te laten.

Het zal duidelijk zijn dat van de twee opties de OVR met gelijkblijvende dekking duurder is. Immers, de verzekeringsmaatschappij moet bij de ‘gelijkblijvende’ gedurende de gehele looptijd dezelfde dekking bieden. Bij de ‘annuïtair dalende’ neemt die dekking af, wat de bijbehorende premie zal drukken. De premielast is voor veel consumenten belangrijk om te bepalen welk bedrag aan maandlasten nog is op te brengen. De uitkomst van die berekening bepaalt vaak uiteindelijk welk type OVR de koper bij zijn hypothecaire financiering kiest.


Alle berichten:

Inschrijven koopakte: doen!

Houdt overlijdensrisico in eigen hand

Notariaat zoals het hoort te zijn

Notariaat en Toezicht

Bestrijding vastgoedfraude: WOZ-waarde als toetssteen